Klik hier om deze brochure te printen

 

 

FFP zelfstudie + financiele calculator + wettenbundel v.d. financiele planner

 

 

Inhoudsopgave

Waar kan Pe-opleidingen.nl u mee van dienst zijn?

Basis informatie van de opleiding

Omschrijving

Extra informatie

Inschrijven

Belangrijke informatie

Contact

Algemene Voorwaarden

 

 

 

Waar kan Pe-opleidingen.nl u mee van dienst zijn?

Pe-opleidingen.nl zorgt ervoor dat u :

  1. bij blijft op uw vakgebied
  2. het geleerde in de praktijk kunt brengen
  3. het door u gewenste diploma zo snel mogelijk en zo effici√ęnt mogelijk zult behalen
  4. op een plezierige manier les krijgt, wij geloven namelijk niet in moeten !
  5. opgeleid wordt vanuit overtuiging !

Bij Pe-opleidingen.nl kunt u terecht voor al uw financieel gerichte, examengerichte en / of permanente educatie (=PE) trainingen op het gebied van :

  1. Accountancy, NIVRA
  2. Dutch Securities Institute, DSI
  3. Leergang Hypothecair Planners, LHP
  4. Federatie Financieel Planners, FFP
  5. Stichting Erkend Hypotheekadviseurs, SEH
  6. Wet Financieel Toezicht en
  7. Makelaardij, Stichting VastgoedCert.

Onderwijsmogelijkheden Pe-opleidingen.nl:

  1. Individueel onderwijs, met veel persoonlijke aandacht
  2. Examengericht onderwijs
  3. Maatwerk onderwijs
  4. Onderwijs op het gebied van permanente educatie
  5. Groepsgewijs onderwijs in open inschrijving en / of In Company
  6. Klassikaal onderwijs en/of zelfstudie.
Pe-opleidingen.nl is leverancier van studiemateriaal en e-learning.

Garanties Pe-opleidingen.nl

Bij Pe-opleidingen.nl loopt u geen enkel risico. Wij hanteren nl een unieke niet goed geld terug garantie ! Niet tevreden ? Uw collega cursisten zijn het met u eens ? Wij twijfelen niet en geven u het trainingsgeld terug !

Motto Pe-opleidingen

Beleven, Verbazen, Interesseren en Slagen!

Heeft u de training meegemaakt, dan zult u erkennen dat u steeds positief verrast werd door onze aanpak. U zult bij een training geinteresseerd raken en blijven, waardoor u gemotiveerd zult zijn en blijven en uw doelen zult halen ! Pe-opleidingen.nl gaat dan ook voor haar deelnemers door het vuur en ondersteunt dan ook haar kandidaten voor het examen, maar ook er na ! Of het nu gaat om trainingen, het inzien van examens, het maken van bezwaren of het ondersteunen met bedrijfsorganisatorische vragen.

Accreditaties en erkenningen :
Accountancy, NIVRA
Federatie Financieel Planners, FFP
Stichting Erkend Hypotheekadviseurs, SEH
WFT-CDFD accreditatie, via onze partner : Instituut voor Fiscale Kennisoverdracht (IFK)
Makelaardij, Stichting VastgoedCert, via onze partner Morel

Wij hopen u binnenkort in een van onze trainingen te mogen verwelkomen!

Pe-opleidingen.nl,
Bert Vermey

 

 

 

Basis informatie van de opleiding

NaamFFP zelfstudie + financiele calculator + wettenbundel v.d. financiele planner
StudiesoortZelfstudie
Doel van de opleidingExamengerichte opleiding
Prijs€490,00
Onderdelen van deze opleidingFFP zelfstudie

 

 

 

Omschrijving

FFP cursus-materiaal nodig ? FFP Zelfstudie volgen ?
Gecertificeerd financieel planner worden ? FFP opleiding volgen  !

FFP Syllabi : 
FFP Zelfstudie, FFP Cursusmateriaal, FFP Lesmateriaal
Heeft u geen tijd om de opleiding tot gecertificeerd financieel planner te volgen ? Bij Pe-opleidingen.nl kunt u ook de ffp syllabi bestellen. U kunt dan geheel in uw eigen tijd studeren wanneer het u uitkomt  !

Syllabus FFP opleiding bestellen ?
Naast het geven van permanente educatie trainingen en examengerichte opleidingen kunt u ook uw studie-boeken en cursus cq Lesmateriaal bestellen bij Pe-opleidingen.nl. Met dit cursus cq lesmateriaal kunt u op voor wft, seh, ffp alsmede pe wft examens. Pe-opleidingen.nl biedt u gegarandeerd de beste prijs-kwaliteit verhouding voor zelfstudie ! Het materiaal is helder en duidelijk geschreven ! Voor het bestellen van uw ffp studie-materiaal kunt u naar ons bestelformulier gaan en daar de keuze maken voor zelfstudie. Klikt u op de knop inschrijven bovenaan de pagina en u gaat naar de juiste pagina.

Toch liever een FFP Opleiding volgen ?

Indien u besluit bij Pe-opleidingen.nl een training te volgen dan zijn de kosten van het les- en cursusmateriaal uiteraard opgenomen in onze prijs. Dit hoeft u dan ook niet extra te bestellen ! Wij houden van eerlijkheid en duidelijkheid en afspraak is bij ons afspraak. Voor ons is het dan ook logisch dat, mits het materiaal niet geupdate is (meestal rond 1 januari) en bruikbaar in de training en u na het bestellen van uw cursusmateriaal voor zelfstudie wij u de prijs van het materiaal als korting teruggeven op de trainingsprijs. U loopt dus geen enkel risico !

FFP opleiding, meer informatie of aanmelden ?
Inschrijven voor de ffp opleiding van Pe-opleidingen.nl, onze ffp examen-training, casus of multiple choiche (mc) of beide ?   Klik op agenda of opleidingselectie, dan examengericht, ffp
Vervolgens kunt u kiezen op verkort, examentraining of regulier traject.

 

 

 

Extra informatie

INHOUDSOPGAVE FFP SYLLABI : 
1 INLEIDING FINANCIňLE PLANNING 1
1.1 Inleiding 1
1.2 FinanciŽle planning 1
1.2.1 Een definitie 1
1.2.2 Het financiŽle planningsproces 3
1.2.3 De deelgebieden van persoonlijke financiŽle planning 4
1.2.4 Het consumptief besteedbaar inkomen 4
2 DE FINANCIňLE PLANNER 7
2.1 De kennisgebieden van de financiŽle planner 7
2.2 De (on)afhankelijkheid van de planner 9
3 DE BEROEPSAANSPRAKELIJKHEID 11
4 ORGANISATIES OP HET GEBIED VAN FINANCIňLE PLANNING 13
4.1 Vereniging FFP en stichting FFP 13
4.1.1 Inleiding 13
4.1.2 Gedragscode FFP 13
4.2 Vereniging Onafhankelijke FinanciŽle Planners (VOFP) 15
4.3 Stichting Certificering Erkend Hypothecair Planners (StCEHP) 16
4.4 Stichting Financial Planning Standards Board Nederland (FPSB) 16
5 CONCURRENTIE 17
5.1 Interne concurrentie, collegae 17
5.2 Externe concurrentie 17
6 DE DOELGROEP VAN DE FINANCIňLE PLANNER 19
6.1 De samenstelling van de doelgroep 19
6.2 Levensloop bij particuliere cliŽnten 21
6.3 Levensloop bij ondernemers 23
6.4 De doelgroep en de kennisgebieden 24
7 DE WET OP HET FINANCIEEL TOEZICHT 27
7.1 Doel Wft 27
7.2 Reikwijdte van de Wft 27
7.3 Kwaliteitskenmerken voor de financiŽle dienstverlener 28
7.3.1 Inleiding 28
7.3.2 Betrouwbaarheid 29
7.3.3 Deskundigheid 29
7.3.4 Permanente educatie 30
7.3.5 Het wegvallen van de deskundigheid 31
7.3.6 Bedrijfsvoering 32
7.4 Zorgplicht 33
7.4.1 Inleiding 33
7.4.2 Informatieverschaffing 33
7.4.3 Klantenprofiel 34
7.4.4 Klachtenafhandeling 35
7.5 Stichting FinanciŽle Dienstverlening 35
8 INDEX 37
 
INHOUDSOPGAVE MODULE FISCALITEIT
INLEIDING 1
1 STRUCTUUR WET INKOMSTENBELASTING 2001 3
1.1 Algemeen 3
1.2 Belastingplichtigen 3
1.2.1 Algemeen 3
1.2.2 Keuzerecht voor buitenlands belastingplichtigen 4
1.3 Partnerregeling 6
1.3.1 Algemeen 6
1.3.2 Bloed- en aanverwantschap 9
1.3.3 Toerekening van inkomen tussen fiscale partners 11
1.3.4 Toerekening inkomensbestanddelen van minderjarige kinderen 13
1.4 Drieboxenstelsel 14
1.4.1 Algemeen 14
1.4.2 Box 1 14
1.4.3 Box 2 15
1.4.4 Box 3 16
1.5 Toerekening van inkomen tussen de boxen 18
1.6 Afgezonderde particuliere vermogens (APVís) 20
1.7 Verliesverrekening 21
1.8 Persoonsgebonden aftrek 22
1.9 Heffingskortingen 22
2 BELASTBARE WINST UIT ONDERNEMING (BOX 1) 24
2.1 Algemeen 24
2.2 Begrip Ďondernemingí 24
2.3 Ondernemersbegrip 25
2.3.1 ĎEchteí ondernemer 25
2.3.2 ĎQuasi-ondernemerí 26
2.3.3 Onderscheid ondernemers en quasi-ondernemers 30
2.4 Winst uit onderneming 30
2.4.1 Totaalwinst 30
2.4.2 Jaarwinst 34
2.4.3 (Willekeurig) afschrijven 34
2.4.4 Investeringsaftrek 36
2.5 Ondernemersfaciliteiten 39
2.5.1 Algemeen 39
2.5.2 Urencriterium 40
2.5.3 Oudedagsreserve (OR) 42
2.5.4 Zelfstandigenaftrek 44
2.5.5 Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk 46
2.5.6 Meewerkaftrek 46
2.5.7 Stakingsaftrek 47
2.5.8 Overige stakingsfaciliteiten 48
2.5.9 Koppeling ondernemersfaciliteiten en urencriterium 49
2.6 MKB-winstvrijstelling 50
2.7 Overige onderwerpen in verband met winst uit onderneming 51
2.7.1 Verliezen in de aanloopfase van de onderneming 51
2.7.2 Kosten woon-werkverkeer van de ondernemer 51
2.7.3 Privť-gebruik auto 51
2.7.4 Belastingbedragen bij verschillende winstniveaus 52
3 HET BELASTBAAR RESULTAAT UIT OVERIGE WERKZAAMHEDEN
(BOX 1) 53
3.1 Algemeen 53
3.2 Situatie 1: het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief
vermogensbeheer te buiten gaat 54
3.3 Situatie 2: vermogensbestanddelen ter beschikking stellen aan de
IB-onderneming van een verbonden persoon 55
3.4 Situatie 3: ter beschikking stellen van vermogenbestanddelen aan een
vennootschap waarin de belastingplichtige zelf of een verbonden persoon een
aanmerkelijk belang houdt 56
3.5 Bepaling van het resultaat 57
3.6 Uitbreiding werkzaamheid 59
3.7 Wie zijn de verbonden personen? 60
3.8 Voorbeelden 61
3.9 Invloed huwelijksgoederenregime 63
3.10 Overgang werkzaamheid in onderneming 64
3.11 Uitstel van betaling 64
3.12 Werkruimte in de eigen woning 65
3.13 Bijzondere bepalingen: afgewaardeerde vorderingen en lucratief belang 66
3.13.1 Afgewaardeerde vorderingen 66
3.13.2 Lucratieve belangen 67
4 BELASTBARE INKOMSTEN UIT EIGEN WONING (BOX 1) 69
4.1 Algemeen 69
4.2 Begrip Ďeigen woningí 70
4.2.1 Algemeen 70
4.2.2 Recht van vruchtgebruik 71
4.2.3 Uitzending of overplaatsing van werknemers 73
4.2.4 Tijdelijke verhuur 73
4.2.5 Tijdelijk meerdere woningen 74
4.3 Eigenwoningforfait 75
4.3.1 Algemeen 75
4.3.2 Toedeling eigenwoningforfait 76
4.4 Kapitaalverzekering eigen woning 77
4.4.1 Algemeen 77
4.4.2 Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning 77
4.4.3 Vrijstelling van de kapitaalverzekering eigen woning 79
4.4.4 Banksparen: voorwaarden en vrijstelling 82
4.5 Aftrekbare kosten voor de eigen woning 84
4.5.1 Algemeen 84
4.5.2 Bijleenregeling 85
4.5.3 30-jaartermijn 88
4.5.4 Overbruggingsfinanciering 93
4.5.5 Financiering rente en aankoopkosten 93
4.5.6 Aankoop woning of aangaan lening tussen partners 96
4.5.7 Vooruitbetaalde rente 97
4.5.8 Afsluitprovisie 98
4.5.9 Overbedelingsschulden en eigen woning 98
4.5.10 Gedeelde eigen woning 99
4.5.11 Imputatie kapitaalverzekering eigen woning 99
4.6 Overige onderwerpen 101
4.6.1 Kamerverhuurvrijstelling 101
4.6.2 Eigen woning en echtscheiding 101
5 OVERIGE ONDERWERPEN IN BOX 1 104
5.1 Belastbaar loon 104
5.1.1 Algemeen 104
5.1.2 Autokostenforfait 104
5.1.3 Reisaftrek 105
5.2 Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen 106
5.2.1 Algemeen 106
5.2.2 Periodieke uitkeringen van publiekrechtelijke aard 106
5.2.3 Periodieke uitkeringen voortvloeiende uit het familierecht 107
5.2.4 Termijnen van lijfrenten en andere periodieke uitkeringen en verstrekkingen 108
5.2.5 Overgangsrecht lijfrenteverzekeringen 108
5.2.6 Aftrekbare kosten 110
5.3 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen 110
5.3.1 Algemeen 110
5.3.2 Wat is een lijfrente? 111
5.3.3 Lijfrenten die dienen ter compensatie van een pensioentekort 113
5.3.4 Hoogte lijfrenteaftrek in verband met pensioentekort 114
5.3.5 Omzetting oudedagsreserve (OR) in lijfrente 118
5.3.6 Omzetting stakingswinst in lijfrente 118
5.3.7 Terugwentelingsregeling van lijfrentepremies 119
5.3.8 Aftrek lijfrentepremies na het overlijden van de ondernemer 120
5.4 Negatieve uitgaven voor inkomensvoorziening 120
5.5 Inkomsten in natura 121
5.6 Tijdstip genieten en aftrek 121
5.7 Verliesverrekening in box 1 123
5.7.1 Algemeen 123
5.7.2 Overgangsrecht verliesverrekening 123
5.8 Middeling 124
6 INKOMEN UIT AANMERKELIJK BELANG (BOX 2) 126
6.1 Ontwikkeling van aanmerkelijk belang 126
6.2 Belastingplichtige AB-houder 127
6.2.1 Hoofdregels 127
6.2.2 Meesleepregeling 128
6.2.3 Meetrekregeling 129
6.3 Partnerregeling en aanmerkelijk belang 129
6.4 Inkomen uit aanmerkelijk belang 131
6.4.1 Algemeen 131
6.4.2 Reguliere voordelen 131
6.4.3 Kosten van reguliere voordelen 133
6.4.4 Vervreemdingsvoordelen 134
6.5 Fictieve vervreemdingen 135
6.6 Doorschuifregeling 136
6.6.1 Algemeen 136
6.6.2 Overgang krachtens huwelijksvermogensrecht 137
6.6.3 Overgang krachtens erfrecht 138
6.6.4 Schenking van aanmerkelijkbelangaandelen 138
6.6.5 Einde van een aanmerkelijk belang 139
6.7 Fictief aanmerkelijk belang 139
6.8 Genietingmoment van inkomen uit aanmerkelijk belang 140
6.8.1 Algemeen 140
6.8.2 Vooruitbetaalde rente 141
6.9 Toerekening van het inkomen uit aanmerkelijk belang 141
6.10 Verliesverrekening 142
6.10.1 Algemeen 142
6.10.2 Overgangsrecht verliesverrekening 143
7 INKOMEN UIT SPAREN EN BELEGGEN (BOX 3) 144
7.1 Algemeen 144
7.2 Heffing bij belastingplicht gedurende een deel van het jaar 146
7.3 Vermogensrendementsheffing en partners 147
7.4 Bezittingen 147
7.4.1 Algemeen 147
7.4.2 Onroerende zaken 148
7.4.3 Rechten die op onroerende zaken betrekking hebben 148
7.4.4 Roerende zaken en persoonlijke doeleinden 149
7.4.5 Rechten op roerende zaken 149
7.4.6 Rechten die niet op zaken betrekking hebben 150
7.4.7 Overige vermogensrechten 150
7.5 Schulden 150
7.5.1 Algemeen 150
7.5.2 Belastingschulden 151
7.5.3 Overbedelingsschulden en onderbedelingsvorderingen 152
7.6 Heffingvrij vermogen 154
7.7 Vrijgestelde bezittingen 155
7.7.1 Bos, natuurterreinen en landgoederen 155
7.7.2 Kunst en wetenschap 156
7.7.3 Rechten op roerende zaken krachtens erfrecht 156
7.7.4 Bepaalde rechten op kapitaaluitkeringen en termijnen 157
7.7.5 Overgangsrecht kapitaalverzekeringen 158
7.7.6 Contant geld 159
7.7.7 Spaarloonregelingen 159
7.8 Maatschappelijke beleggingen 160
7.8.1 Algemeen 160
7.8.2 Groene beleggingen 161
7.8.3 Sociaalethische beleggingen 161
7.9 Durfkapitaal 162
7.10 MKB-vrijstelling en heffingskorting 163
7.11 Waardering van bezittingen 164
7.11.1 Algemeen 164
7.11.2 Genotsrechten tegen zakelijke vergoeding 164
7.11.3 Waardering woningen en andere dan eigen woningen 164
7.11.4 Waardering effecten 165
7.11.5 Waardering genotsrechten 165
7.11.6 Eigen woning en echtscheiding 166
7.12 Overgangsregelingen in box 3 167
7.12.1 Lopende (rente)termijnen 167
7.12.2 Rente over overbedelingsschulden 168
8 PERSOONSGEBONDEN AFTREK 170
8.1 Algemeen 170
8.2 Aftrek: hink-stap-sprong 170
8.3 Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen 171
8.4 Verliezen op beleggingen in durfkapitaal 172
8.5 Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen 173
8.6 Regeling specifieke zorgkosten 174
8.6.1 Regeling vanaf 2009 174
8.7 Weekenduitgaven voor gehandicapte kinderen 176
8.8 Scholingsuitgaven 176
8.9 Uitgaven voor monumentenpanden 178
8.10 Aftrekbare giften 179
8.11 Tijdstip aftrek 181
8.12 Negatieve persoonsgebonden aftrek 182
9 HEFFINGSKORTINGEN 183
9.1 Algemeen 183
9.2 Standaardheffingskorting 185
9.2.1 Algemene heffingskorting 186
9.2.2 Arbeidskorting 186
9.2.3 Kindgebonden budget 187
9.2.4 Combinatiekorting 187
9.2.5 Inkomensafhankelijke combinatiekorting 188
9.2.6 Alleenstaande-ouderkorting 188
9.2.7 Aanvullende alleenstaande-ouderkorting 188
9.2.8 Jonggehandicaptenkorting 188
9.2.9 Ouderenkorting 189
9.2.10 Alleenstaande-ouderenkorting 189
9.2.11 Doorwerkbonus 189
9.2.12 Levensloopheffingskorting 189
9.2.13 Ouderschapsverlofkorting 190
9.2.14 Korting voor maatschappelijke beleggingen 190
9.2.15 Korting voor durfkapitaal 190
9.3 Splitsing standaardheffingskortingen; bepalen gecombineerde heffingskorting 191
10 FORMEEL BELASTINGRECHT 193
10.1 Inleiding 193
10.2 Aanslag- en aangiftebelastingen 193
10.3 Aangifteplicht 193
10.4 Aanslagen 194
10.4.1 Voorlopige aanslag 194
10.4.2 Definitieve aanslag 194
10.4.3 Navorderingsaanslag 196
10.4.4 Naheffingsaanslag 198
10.4.5 Conserverende aanslag 198
10.5 Bestuurlijke boeten 199
10.6 Bezwaar en beroep 200
10.7 Informatieplicht 201
10.7.1 Informatie met betrekking tot de eigen aangifte 202
10.7.2 Informatie met betrekking tot aangifte van derden 202
10.8 Rente 203
10.8.1 Heffingsrente 203
10.8.2 Revisierente 203
10.8.3 Invorderingsrente 204
11 INDEX 205
INHOUDSOPGAVE RECHT
LIJST MET GEHANTEERDE AFKORTINGEN 1
1 INLEIDING 2
2 PERSONEN- EN FAMILIERECHT 3
2.1 Algemeen 3
2.2 Algemene begrippen 3
2.2.1 Ongeboren kind 3
2.2.2 Bloedverwantschap en aanverwantschap 4
2.3 Afstammingsrecht 5
2.3.1 Vader en moeder 5
2.3.2 Geboorte 6
2.3.3 Erkenning 7
2.3.4 Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap 7
2.4 Adoptie 8
2.5 Gezag 9
2.5.1 Algemeen 9
2.5.2 Minderjarigheid 9
2.5.3 Gezag 10
2.5.4 Bewind 11
2.5.5 Ouderlijk gezag 11
2.5.6 Voogdij 13
3 HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 15
3.1 Algemeen 15
3.2 Het huwelijk 15
3.3 Rechten en verplichtingen van echtgenoten 16
3.4 De kosten van de huishouding 16
3.4.1 Algemeen 16
3.4.2 Draagplicht en fourneerplicht 16
3.4.3 Kosten voor de gewone gang van de huishouding 17
3.5 Bevoegdheden van echtgenoten 18
3.5.1 Toestemmingsvereiste 18
3.5.2 Sanctie op niet voldoen aan toestemmingsvereiste 20
3.6 Bestuur 21
3.6.1 Algemeen 21
3.6.2 Verdeling van het bestuur 21
3.6.3 Afwijking van de bestuursregeling 22
3.7 Aansprakelijkheid, draagplicht en verhaal 22
3.7.1 Algemeen 22
3.7.2 Aansprakelijkheid 22
3.7.3 Draagplicht 23
3.7.4 Verhaal 24
4 ALGEHELE GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN 26
4.1 Algemeen 26
4.2 Algehele gemeenschap van goederen 26
4.2.1 Verknochte goederen 26
4.2.2 De vruchtgebruiken verkregen door een beroep op de andere wettelijke rechten 28
4.2.3 Goederen verkregen onder een uitsluitingsclausule 28
4.2.4 Pensioen 29
4.3 Schulden van de gemeenschap 30
4.4 Ontbinding van de gemeenschap van goederen 30
4.4.1 Algemeen 30
4.4.2 Wijziging in verhaalsregeling na ontbinding gemeenschap 31
4.5 Actualiteiten gemeenschap van goederen 32
5 HUWELIJKSVOORWAARDEN 34
5.1 Algemeen 34
5.2 Reden huwelijksvoorwaarden 35
5.3 Soorten huwelijksvoorwaarden 35
5.3.1 Koude uitsluiting 35
5.3.2 Beperkte gemeenschappen 37
5.3.3 Gemeenschap van vruchten en inkomsten en van winst en verlies 37
5.4 Verrekenbedingen 38
5.4.1 Periodiek verrekenbeding 38
5.4.2 Finaal verrekenbeding 41
5.4.3 Verrekenbedingen in de wet 43
5.5 Huwelijksvoorwaarden tijdens het huwelijk 45
5.5.1 Algemeen 45
5.5.2 Van algehele gemeenschap naar huwelijksvoorwaarden 45
5.5.3 Van huwelijksvoorwaarden naar algehele gemeenschap 46
6 ANDERE SAMENLEVINGSVORMEN 47
6.1 Geregistreerd partnerschap 47
6.1.1 Algemeen 47
6.1.2 Vereisten voor het aangaan 47
6.1.3 Vermogensrechtelijke gevolgen 47
6.1.4 Familierechtelijke gevolgen 48
6.1.5 Einde geregistreerd partnerschap 48
6.1.6 Erfrecht 49
6.2 Huwelijk voor personen van gelijk geslacht 50
6.3 Ongehuwd samenwonen 50
6.3.1 Algemeen 50
6.3.2 Kinderen 50
6.3.3 Verblijvingsbeding 51
7 ECHTSCHEIDING 53
7.1 Algemeen 53
7.2 Ontbinding van de gemeenschap 54
7.3 Levensonderhoud voor de partner 54
7.3.1 Algemeen 54
7.3.2 Limitering van alimentatie 55
7.3.3 Wijziging alimentatie 55
7.3.4 Einde alimentatieplicht 56
7.4 Echtelijke woning 56
7.5 Kinderen 56
7.6 Levensonderhoud voor kinderen 57
7.7 Pensioenrechten bij scheiding 57
7.7.1 Systeem Boon/Van Loon 57
7.7.2 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding 58
8 ERFRECHT ALGEMEEN 60
8.1 Algemeen 60
8.2 Overgangsrecht 60
8.3 Enkele erfrechtelijke begrippen 60
8.4 Nalatenschap 61
8.4.1 Algemeen 61
8.4.2 Waardering van de nalatenschap 61
8.4.3 Huwelijksvermogensrecht en de nalatenschap 62
8.4.4 Verdeling van de nalatenschap 63
8.4.5 Inbreng 63
8.5 Aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap 64
8.5.1 Algemeen 64
8.5.2 Aanvaarding 65
8.5.3 Beneficiaire aanvaarding 65
8.5.4 Verwerping 66
8.6 Vereisten om te erven 66
8.6.1 Bestaanseis 66
8.6.2 Onwaardigheid 67
8.6.3 Verboden beschikkingen 68
8.7 Verklaring van erfrecht 68
9 SYSTEMATIEK WETTELIJK ERFRECHT 70
9.1 Algemeen 70
9.2 Groepen en plaatsvervulling 70
9.2.1 Groepen 70
9.2.2 Plaatsvervulling 72
9.2.3 Eerste groep 73
9.2.4 Tweede groep 74
9.2.5 Derde groep 76
9.2.6 Vierde groep 77
9.3 Wettelijke verdeling 78
9.3.1 Positie van de langstlevende 79
9.3.2 Positie van de kinderen 80
9.4 Wilsrechten 81
9.4.1 Waarom wilsrechten? 81
9.4.2 Het eerste blote-eigendomswilsrecht (artikel 4: 19 BW) 83
9.4.3 Het eerste voleigendomswilsrecht (artikel 4: 20 BW) 84
9.4.4 Het tweede blote-eigendomswilsrecht (artikel 4: 21 BW) 85
9.4.5 Tweede voleigendomswilsrecht (artikel 4: 22 BW) 85
9.4.6 Civielrechtelijke aspecten wilsrechten 86
9.4.7 Wilsrechten en de Wet IB 2001 88
9.4.8 Wilsrechten en Wet op de belastingen van rechtsverkeer 88
9.4.9 Wilsrechten en de Successiewet 89
10 UITERSTE WILSBESCHIKKINGEN 90
10.1 Algemeen 90
10.2 Uiterste wilsbeschikkingen 90
10.2.1 Testament 91
10.2.2 Codicil 92
10.3 Erfstelling, legaat en last 93
10.3.1 Erfstelling 93
10.3.2 Legaat 93
10.3.3 Quasi-legaten 94
10.3.4 Last 96
10.4 Bepalingen in testamenten 96
10.4.1 Plaatsvervulling 96
10.4.2 Uitsluitingsclausule 97
10.4.3 Uitsluiting ouderlijk vruchtgenot 99
10.4.4 30-dagenclausule 100
10.4.5 Executele 100
10.4.6 Bewind 102
10.4.7 Voogdij 104
10.4.8 Kinderen met een korte levensverwachting 105
10.4.9 Voorwaardelijke makingen 106
11 LANGSTLEVENDE TESTAMENTEN 109
11.1 Algemeen 109
11.1.1 Ouderlijke boedelverdeling 109
11.1.2 Vruchtgebruiktestament 110
11.1.3 Keuzelegaattestament met vruchtgebruik 112
11.1.4 (Quasi-)wettelijke verdeling 113
12 LEGITIEME PORTIE EN ANDERE WETTELIJKE RECHTEN 115
12.1 Legitieme portie 115
12.1.1 Algemeen 115
12.1.2 Wie zijn legitimarissen? 115
12.1.3 Berekening van de legitieme portie 116
12.1.4 Toerekening 118
12.1.5 Imputatieregeling 119
12.1.6 Opeisbaarheid van en aanspraak maken op de legitieme portie 121
12.1.7 Inkorting 122
12.1.8 Legitieme portie: bijzondere onderwerpen 123
12.1.9 Samenvatting legitieme portie 124
12.2 Andere wettelijke rechten 125
12.2.1 Andere wettelijke rechten echtgenoot 126
12.2.2 Andere wettelijke rechten bij duurzame gezamenlijke huishouding 127
12.2.3 Andere wettelijke rechten kinderen 127
12.2.4 Faciliteiten in het kader van de bedrijfsopvolging 128
13 ERVEN EN DE WET IB 2001 129
13.1 Algemeen 129
13.2 Defiscalisering 129
13.2.1 Wat is defiscalisering? 129
13.2.2 Wanneer is er sprake van defiscalisering? 129
13.2.3 Resultaat van de defiscalisering 130
13.3 Wettelijk erfrecht 131
13.4 Ouderlijke boedelverdeling en defiscalisering 131
13.4.1 ĎStandaardí ouderlijke boedelverdeling 131
13.4.2 Varianten op de ouderlijke boedelverdeling 131
13.5 Voorwaardelijke ouderlijke boedelverdeling en defiscalisatie 131
13.6 Vruchtgebruiktestament 132
13.6.1 Algemeen 132
13.6.2 Eigen woning 132
13.6.3 Aanmerkelijkbelangaandelen 133
13.6.4 Overige vermogensbestanddelen 134
13.7 Keuzelegaat tegen inbreng 134
13.8 Overzicht erfrecht en de eigen woning in de inkomstenbelasting 135
14 SUCCESSIEWET 1956 137
14.1 Inleiding 137
14.2 Erf- en schenkbelasting; algemeen 138
14.3 Woonplaatsficties 138
14.4 Progressie 140
14.5 Tariefgroepen 140
14.6 Tarief 142
14.7 Waardering 143
14.7.1 Algemeen 143
14.7.2 Effecten 143
14.7.3 Eigen woning 144
14.7.4 Recht van vruchtgebruik 144
14.7.5 Periodieke uitkeringen 146
14.7.6 Onderneming 146
15 ERFBELASTING 147
15.1 Algemeen 147
15.2 Verkrijgingen door gehuwden 147
15.3 Voetvrijstellingen 147
15.4 Vrijstellingen erfbelasting 148
15.4.1 ANBI en SBBI 148
15.5 Pensioen- en lijfrente-imputatie 150
15.6 Schulden van de nalatenschap 151
15.6.1 Algemeen 151
15.6.2 Latente belasting 152
15.7 Samenloop met overdrachtsbelasting 153
15.8 Verwerping 153
15.9 Herziening van de Successiewet 154
15.9.1 Bedrijfsopvolgingsregeling 154
15.9.2 Afgezonderd particulier vermogen 155
16 FICTIEBEPALINGEN ERFBELASTING 161
16.1 Algemeen 161
16.2 Afstand van de gemeenschap 162
16.3 Verblijvingsbedingen in huwelijksvoorwaarden 162
16.4 Schuldigerkenning onder voorwaarde van overleving 163
16.5 Omzetting van eigendomsrechten in genotsrechten 164
16.5.1 Algemeen 164
16.5.2 Toepassingsbereik 165
16.5.3 (Samenstel van) rechtshandelingen 166
16.5.4 Verwantschapseis 168
16.5.5 Schuldigerkenning uit vrijgevigheid 168
16.6 Fictief vruchtgebruik 170
16.7 Verblijvings-, toedelings- en overnemingsbedingen 173
16.7.1 Algemeen 173
16.7.2 Verwantschapseis 173
16.7.3 Tegenprestatie 173
16.7.4 Overnemingsbeding 174
16.8 180-dagenfictie 174
16.9 Pensioen- of lijfrentelichaam 174
16.10 Uitkeringen uit levensverzekering 176
16.10.1 Algemeen 176
16.10.2 Levensverzekeringen tussen echtgenoten 176
16.10.3 Levensverzekering met erflater 179
16.10.4 Overlijden verzekeringnemer 179
16.10.5 Lijfrenten 180
17 SCHENKING 184
17.1 Schenkingsbegrip 184
17.1.1 Gift 184
17.2 Vormvereisten 185
17.2.1 Algemeen 185
17.2.2 Misbruik van omstandigheden 185
17.2.3 Schenkingen ter zake des doods 185
17.2.4 Vernietigbare schenkingen 186
17.2.5 Herroepelijke schenkingen 187
17.3 Overige schenkingen 188
17.3.1 Levensverzekering 188
17.3.2 Verblijvingsbeding 188
17.3.3 Schenkingen tussen echtgenoten 188
17.3.4 Schenking over de hand 188
18 SCHENKBELASTING 189
18.1 Algemeen 189
18.2 Vrijstellingen schenkbelasting 190
18.3 Tariefgroepen 191
18.4 Waardering 191
18.5 Schenking vrij van recht 191
18.6 Samenvoeging schenkingen 191
18.7 Samenloop met overdrachtsbelasting 192
18.8 Schenking door middel van schuldigerkenning 193
18.9 Schenkingen door middel van leningen 193
18.10 Herroepelijke schenking 194
19 OVERDRACHTSBELASTING 196
19.1 Algemeen 196
19.2 Uitgezonderde verkrijgingen 196
19.2.1 Verkrijgingen krachtens boedelmenging en erfrecht 196
19.2.2 Verkrijgingen krachtens verdeling of uit nalatenschap 197
19.3 Fictieve verkrijgingen 198
19.4 Vrijstellingen 199
19.5 Heffing 201
19.6 Verkrijging binnen zes maanden 202
20 BIJLAGEN 203
20.1 Wettelijke verdeling 203
20.2 Vruchtgebruiktestament 204
21 INDEX 208
INHOUDSOPGAVE TOEKOMSTVOORZIENINGEN
INLEIDING 1
1 ALGEMEEN 2
1.1 Sociale zekerheid 2
1.2 Levensverzekeringen 2
1.3 Pensioenen en employee benefits 3
2 SOCIALE ZEKERHEID 4
2.1 Inleiding 4
2.2 Volksverzekeringen 5
2.3 Werknemersverzekeringen 5
2.3.1 Inleiding 5
2.3.2 Dienstbetrekking 6
2.3.3 Gelijkgestelde arbeidsverhoudingen 7
2.3.4 Uitgesloten werknemers 7
2.4 Sociale zekerheid voor zelfstandigen en DGA 7
2.5 Uitvoering van de sociale zekerheid 9
2.6 Financiering van de sociale zekerheid 10
2.7 Bezwaar en beroep 10
2.8 FinanciŽle planning en de terugtredende overheid 10
3 RISICO VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID 12
3.1 Inleiding 12
3.2 Kortdurende arbeidsongeschiktheid 12
3.2.1 Inleiding 12
3.2.2 Situatie voor de werknemer: WULBZ en ZW 12
3.2.3 Zwangere werknemers 13
3.2.4 Situatie van een zwangere zelfstandige 14
3.3 Langdurige arbeidsongeschiktheid 14
3.3.1 Inleiding 14
3.3.2 Arbeidsongeschiktheid bij werknemers (WIA) 15
3.3.3 Arbeidsongeschiktheid bij werknemers (WAO) 19
3.3.4 Schema arbeidsongeschiktheid en AO-regeling 22
3.3.5 Wet op de (re-)integratie arbeidsgehandicapten (REA) 22
3.3.6 Arbeidsongeschiktheid bij zelfstandigen 22
3.3.7 Arbeidsongeschiktheid bij jongeren (WAJONG) 24
3.4 Samenvatting van de maatregelen 24
4 RISICO VAN WERKLOOSHEID 25
4.1 Inleiding 25
4.1.1 Werkloosheid 25
4.1.2 Referte-eisen 26
4.1.3 Uitsluitingsgronden 27
4.2 Basis- en verlengde uitkering 27
4.2.1 WW-uitkering 27
4.2.2 Inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW) 29
4.3 Oude WW-wetgeving 30
4.4 Verplichtingen voor WW-uitkering 30
4.4.1 Passende arbeid 30
4.4.2 Poortwachtertoets WW 31
4.4.3 Tijdelijke ontheffing verplichtingen 31
4.5 Inkomenstoets WW 31
4.6 Pensioenopbouw tijdens werkloosheid 31
4.7 Na afloop van de WW-uitkering 32
5 RISICO VAN OUD WORDEN 33
5.1 Inleiding 33
5.2 Hoogte AOW-uitkering 34
5.3 Inkomensafhankelijke AOW-toeslag 35
5.4 Toekomst van de AOW 35
6 RISICO VAN OVERLIJDEN 37
6.1 Inleiding 37
6.2 Nabestaandenuitkering op grond van de Anw 37
6.2.1 Recht op nabestaandenuitkering 37
6.2.2 Hoogte van de nabestaandenuitkering 38
6.2.3 Eindigen van het recht op nabestaandenuitkering 39
6.2.4 Overgangsrecht van AWW naar Anw 40
6.3 Halfwezenuitkering op grond van de Anw 40
6.4 Wezenuitkering op grond van de Anw 41
6.5 Vrijwillige Anw-verzekering 42
7 TOESLAGENWET 43
7.1 Inleiding 43
7.2 Recht op en hoogte van toeslag conform de TW 43
8 IOAW EN IOAZ 45
8.1 IOAW 45
8.1.1 Inleiding 45
8.1.2 Recht op uitkering 45
8.1.3 Duur en hoogte van de uitkering 45
8.2 IOAZ 46
8.2.1 Inleiding 46
8.2.2 Recht op uitkering 46
8.2.3 Duur en hoogte van de uitkering 47
9 RISICO VAN ZIEKTEKOSTEN 48
9.1 Algemeen 48
9.2 Zorgverzekeringswet 48
9.3 AWBZ 49
10 LEVENSVERZEKERING 50
10.1 Algemeen 50
10.2 Partijen 50
10.2.1 Inleiding 50
10.2.2 Kapitaal- of lijfrenteverzekering 51
10.2.3 Verzekeringsvormen 52
10.2.4 Opbouw van de uitkering 54
10.3 Verzekeringsovereenkomst 58
10.4 Bijzondere handelingen 60
10.4.1 Begunstiging wijzigen en vervreemden van een levensverzekering 60
10.4.2 Afkopen van een levensverzekering 62
10.4.3 Premievrij maken van een levensverzekering 63
10.4.4 Belenen en verpanden van een levensverzekering 63
11 KAPITAALVERZEKERING 65
11.1 Algemeen 65
11.2 Kapitaalverzekeringen afgesloten onder Wet IB 2001 66
11.2.1 Inleiding 66
11.2.2 Kapitaalverzekeringen in box 3 66
11.2.3 Vrijstellingen in box 3 67
11.2.4 Waardering 67
11.2.5 Overige kapitaalverzekeringen 67
11.3 Kapitaalverzekeringen afgesloten onder de Wet IB 1964 67
11.3.1 Pre-Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen (vůůr 1992) 68
11.3.2 Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen (afgesloten tussen 1992 en 2001) 70
11.3.3 Overgangsrecht onder Wet IB 1964 voor pre-Brede Herwaarderingspolissen 72
11.4 Overgangsrecht voor op 31 december 2000 lopende kapitaalverzekeringen
onder Wet IB 2001 73
11.4.1 Algemeen 73
11.4.2 Hoofdregel 74
11.4.3 Waardevrijstelling in box 3 en de uitzonderingen 74
11.4.4 Lopende kapitaalverzekering en de KEW 79
11.4.5 Lopende kapitaalverzekering bij de BV 80
11.4.6 Kapitaalverzekering eigen woning (KEW) 81
12 LIJFRENTEVERZEKERING EN LIJFRENTEBANKSPAREN 84
12.1 Algemeen 84
12.2 Fiscale behandeling lijfrente 86
12.3 Fiscaal gefacilieerde inkomensvoorzieningen in de Wet IB 2001 87
12.3.1 Lijfrentevoorzieningen 87
12.3.2 Premieaftrek/inleg 90
12.3.3 Verzekeraar 98
12.3.4 Tijdstip van betalen en de aftrek 99
12.3.5 Fiscale sancties 99
12.4 Gefacilieerd banksparen ten behoeve van de oudedag 101
12.4.1 Opbouwfase 102
12.4.2 Uitkeringsfase 102
12.4.3 Administratie 103
12.5 Lijfrente voor invalide kinderen 103
12.6 Periodieke uitkering bij arbeidsongeschiktheid 104
12.7 Fiscaal gefacilieerde lijfrente ingevolge de Wet IB 1964 105
12.7.1 Algemeen 105
12.7.2 Pre-Brede Herwaarderingslijfrenten 105
12.7.3 Lijfrenten afgesloten onder de Brede Herwaardering (BH) 107
12.7.4 Lijfrentevoorzieningen 108
12.7.5 Premieaftrek 109
12.7.6 Verzekeraar 109
12.7.7 Tijdstip van betalen en de aftrek 109
12.7.8 Fiscale sancties 109
12.8 Overgangsrecht voor op 31 december 2000 lopende lijfrenteverzekeringen 110
12.8.1 Algemeen 110
12.8.2 Lijfrentevoorzieningen 110
12.8.3 Premieaftrek 111
12.9 Niet fiscaal gefacilieerde lijfrente 113
12.9.1 Algemeen 113
12.9.2 Saldolijfrente 113
12.9.3 Overgangsregeling 114
12.9.4 Saldolijfrente bij de eigen BV 115
12.10 Slot 115
13 GOUDEN HANDDRUK 116
13.1 Mogelijkheden 116
13.1.1 Regeling vervroegde uittreding (RVU) 118
13.2 Kantonrechtersformule 119
14 FISCALE GEVOLGEN VAN BIJZONDERE HANDELINGEN MET
LEVENSVERZEKERINGEN 121
14.1 Algemeen 121
14.2 Vervreemden van een levensverzekeringspolis 121
14.2.1 Levensverzekeringen in box 1 121
14.2.2 Levensverzekeringen in box 3 121
14.2.3 Levensverzekeringen ingevolge de Wet IB 1964 122
14.3 Afkopen 125
14.3.1 Levensverzekeringen in box 1 125
14.3.2 Levensverzekeringen in box 3 126
14.3.3 Levensverzekeringen ingevolge de Wet IB 1964 126
14.4 Premievrij maken van een levensverzekering 127
14.4.1 Levensverzekeringen in box 1 127
14.4.2 Levensverzekeringen in box 3 127
14.4.3 Levensverzekeringen ingevolge de Wet IB 1964 127
14.5 Belenen en verpanden van een levensverzekering 127
14.6 Premiedepot 128
15 PENSIOENEN 129
15.1 Begrip Ďpensioení 129
15.1.1 Inleiding 129
15.1.2 Overeenkomsten- en verbintenissenrecht 129
15.1.3 Ondernemingsrisico 130
15.1.4 Van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) naar de Pensioenwet (PW) 130
16 CIVIEL-JURIDISCHE ASPECTEN VAN PENSIOEN 132
16.1 Algemeen 132
16.2 Pensioenwet 132
16.2.1 Verhoudingen tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder 133
16.2.2 Diverse aspecten van de Pensioenwet 134
16.2.3 Wijzigingen die per 1 januari 2007 zijn ingegaan 138
16.2.4 Wijzigingen die per 1 januari 2008 zijn ingegaan 139
16.2.5 Wijzigingen die per 1 januari 2009 zijn ingegaan 140
16.2.6 DGA en de Pensioenwet 140
16.3 ĎOudeí PSW 140
16.4 Wet gelijke behandeling 141
16.5 Toezicht 143
16.6 Waarborgingsvoorschrift 143
16.7 Bedrijfstak- en beroepspensioenregelingen 144
16.7.1 Verplichte deelname 144
16.7.2 Fiscale behandeling van verplichte bijdragen voor beroepspensioenregelingen 145
16.7.3 Ondernemingspensioenfondsen 145
16.7.4 Pensioenregelingen bij de levensverzekeringsmaatschappijen
(levensverzekeraars) 146
16.8 Collectieve en individuele polissen 146
16.8.1 Collectieve pensioenregelingen 146
16.8.2 Individuele pensioenverzekeringen 147
16.8.3 Kwaliteit van pensioenen bij verzekeraars 147
16.8.4 Flexibilisering 147
16.9 Rechten bij ontslag/tijdsevenredige aanspraken 147
17 FISCALE ASPECTEN VAN PENSIOEN 149
17.1 Loon 149
17.2 Omkeerregel 149
17.3 Ontwikkeling van Wet fiscale behandeling van pensioenen 150
17.4 Huidige pensioenwetgeving 152
17.4.1 Opbouwsystemen 152
17.4.2 Ingangsdatum 153
17.4.3 Maximale hoogte van het uit te keren pensioen 153
17.4.4 Uitruilbeperking 154
17.4.5 Toets 100%-norm 154
17.4.6 Dienstjaren 156
17.4.7 Pensioengevend loon 156
17.4.8 Directeur-grootaandeelhouder 157
17.4.9 Pensioen en emigratie 157
18 OPBOUW EN MAXIMALE HOOGTE VAN VERSCHILLENDE
PENSIOENEN 159
18.1 Algemeen 159
18.2 Verschillende opbouwsystemen 159
18.2.1 Algemeen 159
18.2.2 Salarisdiensttijdsystemen (uitkeringsovereenkomsten) 159
18.2.3 Beschikbarepremiesysteem (premieovereenkomst) 161
19 VERSCHILLENDE PENSIOENVORMEN EN MAXIMALE HOOGTE 163
19.1 Algemeen 163
19.2 Ouderdomspensioen (OP) 163
19.2.1 OP op basis van een salarisdiensttijdsysteem (uitkeringsovereenkomst) 163
19.2.2 OP op basis van het beschikbarepremiesysteem (premieovereenkomst) 164
19.3 Beschikbarepremiestaffels; de besluiten in volgorde 165
19.4 Partnerpensioen (PP) en wezenpensioen (WzP) 169
19.5 Restbegunstiging 170
19.6 Tijdelijke (vroeg)pensioenvoorzieningen 170
19.6.1 Inleiding 170
19.6.2 VUT 171
19.6.3 Prepensioen (PreP) 173
19.6.4 Overbruggingspensioen ofwel tijdelijk ouderdomspensioen (TOP) 175
19.6.5 Nabestaandenoverbruggingspensioen (NOP) 176
19.6.6 Arbeidsongeschiktheidspensioen (AOP) 176
19.6.7 40-deelnemingsjarenpensioen 176
19.7 Overgangsrecht 177
19.7.1 Overgangsrecht Wet fiscale behandeling van pensioenen 177
19.7.2 Overgangsrecht Wet VPL 178
20 TUSSENVORMEN VAN SALARISDIENSTTIJD- EN
BESCHIKBAREPREMIEREGELING (KAPITAALOVEREENKOMST) 179
20.1 Algemeen 179
20.2 Hybride pensioenen (kapitaalovereenkomst) 180
20.3 Backservice en comingservice 180
20.3.1 Backservice 180
20.3.2 Comingbackservice 181
21 DGA EN ZIJN PENSIOEN 182
21.1 Algemeen 182
21.2 DGA niet onder de Pensioenwet 183
21.3 Verzekeren pensioen DGA onder de Pensioenwet 184
21.3.1 Polis op naam van de DGA 184
21.3.2 Polis op naam van de BV 185
21.4 Voorwaarden pensioen in eigen beheer 185
21.4.1 Eigenbeheersituaties 186
21.5 Fiscaliteit en de DGA en zijn pensioen 186
21.5.1 Eigen beheer 187
21.5.2 Waardering van het doelvermogen 188
21.5.3 Toerekening doelvermogen aan dienstjaren 189
21.5.4 Pensioen-BV of stichting? 190
21.5.5 Eigen beheer of verzekeren? 191
21.5.6 Pensioen of dividend? 192
21.6 Mutatiemoment ontslag en DGA-pensioen 192
21.7 Mutatiemoment ontslag en waardeoverdracht DGA-pensioen 193
21.8 Overige bepalingen met betrekking tot DGA-pensioen 194
21.9 Overgangswetgeving 194
22 PENSIOENAANSPRAKEN BIJ ECHTSCHEIDING 197
22.1 Algemeen 197
22.2 Bijzonder partnerpensioen 197
22.3 Boon/Van Loon-arrest 198
22.4 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) 199
22.5 DGA-pensioen en echtscheiding 200
22.6 Conversie 200
22.7 Fiscale aspecten 201
23 LEVENSLOOPREGELING 202
23.1 Inleiding 202
23.2 Deelname en opbouw 202
23.2.1 Levensloop voor werknemers 202
23.2.2 Recht op deelname, geen recht op verlof 202
23.2.3 Geldsparen 203
23.2.4 Extra stortingsmogelijkheid werknemers tussen 51 en 56 jaar 203
23.2.5 Extra stortingsmogelijkheid in verband met afkoop prepensioenaanspraken 204
23.2.6 Maximale opbouw 210% 204
23.2.7 Demotie of deeltijd tien jaar vůůr pensioendatum 204
23.2.8 Fiscale aspecten 204
23.2.9 Werkgeversbijdrage 205
23.2.10 Kredietfaciliteit 205
23.3 Uitvoering levensloopregeling 206
23.3.1 Keuzevrijheid 206
23.3.2 Pensioenfondsen 206
23.4 Opname 207
23.4.1 Opname voor verlof 207
23.4.2 Levensloopuitkering 207
23.4.3 Voortijdige beŽindiging van verlof 207
23.4.4 Levensloopverlofkorting 208
23.4.5 Gevolgen bij overlijden 209
23.4.6 Geen werkgever meer/wisseling van werkgever 209
23.4.7 Opname direct vůůr de pensioendatum 209
23.4.8 Afkoop of vervreemding 210
23.5 Heffingskorting ouderschapsverlof 210
23.6 Relatie met spaarloon 211
23.7 Levensloopregeling en werknemersverzekeringen 212
23.8 Gevolgen introductie levensloopregeling 212
23.8.1 Gevolgen voor werknemer 212
23.8.2 Gevolgen voor werkgever 213
23.8.3 Gevolgen voor intermediair en verzekeraar 214
24 SUCCESSIEWET 216
24.1 Algemeen 216
24.2 Woonplaatsbegrip 216
24.3 Polis van levensverzekering algemeen 216
24.4 Fictieve verkrijging 217
24.5 Kruislings afsluiten 218
24.6 Premiesplitsingsbesluit 219
24.6.1 Premieverschuldigdheid 219
24.6.2 Huwelijksvermogensrecht 221
24.7 Verpanding kapitaalverzekeringen 224
24.8 Lijfrenten 226
24.9 Opgave voor de Successiewet 228
24.10 Schenkbelasting 228
24.11 Pensioen en erfbelasting 229
24.12 Pensioen- en lijfrentelichamen 229
25 EMPLOYEE BENEFITS 231
25.1 Algemeen 231
25.2 FinanciŽle planning en de terugtredende overheid 232
25.3 EB en financiŽle planning 232
25.4 Ziektekosten 233
25.5 Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen 233
25.5.1 AO-verzekeringen (minder dan 35% arbeidsongeschikt) 233
25.5.2 WGA-verzekering eigen risico 234
25.5.3 WGA-gatverzekering 234
25.5.4 WIA-excedentverzekering 234
25.5.5 Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor de DGA 235
25.6 Wet op de medische keuringen (WMK) 235
25.7 Andere belangrijke benefits 237
25.7.1 Bedrijfsspaarregelingen 237
25.7.2 Fringe benefits 239
25.8 Personal benefits statement 239
26 INDEX 240
INHOUDSOPGAVE BELEGGEN
INLEIDING 1
1 TOEZICHT OP DE FINANCIňLE SECTOR EN GESCHILLENCOMMISSIE 5
1.1 Wet op het financieel toezicht (Wft) 5
1.2 Markets in Financial Instruments Directive (MiFID) 6
1.3 Klachteninstituut FinanciŽle Dienstverlening (KiFiD) 7
1.4 Informatievoorziening en FinanciŽle Bijsluiter 8
1.4.1 De FinanciŽle Bijsluiter 8
1.4.2 FB voor beleggingsinstellingen 12
2 KLANTPROFIEL, RISICOPROFIEL EN BELEGGINGSPROFIEL 14
2.1 Zorgplicht 14
2.2 Soorten advisering 15
2.3 Inventarisatie 16
2.3.1 Doelstelling en horizon 16
2.3.2 FinanciŽle positie 17
2.3.3 Kennis 18
2.3.4 Ervaring 18
2.3.5 Risicobereidheid 19
2.4 Vaststellen van het beleggingsprofiel 20
2.5 Periodieke evaluatie 21
2.5.1 Periodieke evaluatie van klant-, risico- en beleggingsprofiel 21
2.5.2 Periodieke evaluatie van het rendement 22
3 ASSET ALLOCATIE EN MODELPORTEFEUILLES 24
3.1 Asset allocatie 24
3.2 Strategische asset allocatie versus tactische asset allocatie 25
3.3 Invulling van de beleggingen 26
3.4 Modelportefeuilles 26
4 BELEGGINGSCATEGORIEňN 28
4.1 Liquide middelen 28
4.2 Vastrentende waarden algemeen 29
4.3 Obligaties 29
4.3.1 Debiteur en rating 30
4.3.2 Aflossing en looptijd 33
4.3.3 Couponrente, nominale waarde, koers, couponrendement en effectief rendement 33
4.3.4 Verband tussen koers, rente en looptijd 36
4.4 BeleggingsstrategieŽn met obligaties 38
4.5 Soorten obligaties 39
4.6 Zakelijke waarden algemeen 41
4.7 Aandelen 42
4.7.1 Dividend en dividendrendement 43
4.7.2 Winst per aandeel en koers-winstverhouding 45
4.8 Onroerend goed 45
4.8.1 Beleggen in een onroerendgoed-CV 48
4.9 Derivaten/opties 51
4.9.1 Algemene opmerking over opties 51
4.9.2 BasisstrategieŽn 54
4.9.3 CombinatiestrategieŽn: spreads, straddles en strangles 62
4.10 Overige derivaten 71
4.10.1 Futures 71
4.10.2 Warrants 73
4.10.3 Turboís 74
4.11 Overige beleggingscategorieŽn 76
4.11.1 Grondstoffen (commodityís) 76
4.11.2 Private equity 77
4.11.3 Hedge funds 77
5 BELEGGINGSFONDSEN 79
5.1 Wat is een beleggingsfonds? 80
5.2 Kenmerken van beleggingsfondsen 80
5.3 Soorten beleggingsfondsen 81
5.4 Open- en closed-end beleggingsfondsen 82
5.5 Intrinsieke waarde 82
5.6 Kosten van beleggingsfondsen 83
5.7 Hoe werkt een beleggingsfonds? 84
5.8 Beleggingsfondsen per beleggingscategorie 85
5.8.1 Aandelenfondsen 85
5.8.2 Obligatiefondsen 91
5.8.3 Liquiditeitenfondsen 91
5.8.4 Onroerendgoedfondsen 92
5.8.5 Mixfondsen 92
5.9 Rendement van beleggingsfondsen 92
5.10 Selectie van een beleggingsfonds 93
5.10.1 Rendement en risico 93
5.10.2 Benchmarkfonds of niet-benchmarkfonds? 94
5.11 Morningstar 95
5.12 Fund of funds 97
5.13 Overige van belang zijnde fondsen voor het FFP-examen 97
6 SPECIALE BELEGGINGSPRODUCTEN 99
6.1 Garantiefondsen algemeen 99
6.2 Garantiefondsen met clicks 100
6.3 Trackers 101
6.4 Converteerbare obligaties en reverse convertibles 102
6.4.1 Converteerbare obligatie (convertible) 102
6.4.2 Reverse convertible 104
6.4.3 Overeenkomsten en verschillen 104
7 RISICO EN RENDEMENT 105
7.1 Rendement 105
7.1.1 Direct- en indirect rendement 106
7.1.2 Bruto- en nettorendement 106
7.1.3 Rekenkundig, samengesteld en meetkundig rendement 107
7.2 Risico 108
7.2.1 Standaard normaalverdeling 109
7.2.2 Risicotolerantiemodel 111
7.2.3 Minimaal vereiste beleggingshorizon 112
7.2.4 Statistiek en de beleggingspraktijk 113
7.2.5 Risicovrij rendement en Sharpe-ratio 114
7.3 Risicoreductie 114
7.3.1 Correlatie 115
7.3.2 Marktrisico en specifiek risico 115
7.3.3 Spreiding over beleggingscategorieŽn 117
7.3.4 Spreiding binnen een beleggingscategorie 118
8 MACRO-ECONOMIE 119
8.1 Algemene begrippen 119
8.2 Kenmerken van de diverse fasen in de economie 121
8.3 Rente en de rol van centrale banken 122
8.3.1 Rente 122
8.3.2 Kapitaalmarkt 125
8.3.3 Geldmarkt 126
8.3.4 De Europese Centrale Bank 126
8.3.5 Rentewapen 127
8.3.6 Monetair beleid ECB 129
8.3.7 Overige instrumenten ECB voor het voeren van monetair beleid 129
8.3.8 Samenvatting middelen ECB 132
8.3.9 Relatie beleid ECB en de rentetarieven van de banken 132
8.3.10 Verwachtingen over de renteontwikkelingen 133
8.4 De overheid 135
8.5 De wisselkoers 137
8.6 Economische instituten 137
8.6.1 Mondiaal 137
8.6.2 Europa 139
8.6.3 Nederland 140
8.7 Indicatoren 140
8.7.1 Eurozone en Europese Unie 140
8.7.2 Verenigde Staten 140
8.7.3 Voorlopende, volgende en achterlopende indicatoren 141
8.8 Bedrijfstakken (meso-economie) 142
8.8.1 Indeling sectoren naar conjunctuurgevoeligheid 143
9 BEDRIJFSECONOMIE 146
9.1 De balans en resultaatrekening 146
9.1.1 Activa (debetzijde) 147
9.1.2 Passiva (debetzijde) 147
9.1.3 Winst-en-verliesrekening 148
9.2 Belangrijkste bedrijfseconomische ratioís 149
9.2.1 Versimpelde ratioís en kengetallen 149
9.2.2 Werkelijke ratioís en kengetallen 150
9.2.3 Nettowinst per aandeel 151
9.2.4 Rentabiliteit van het eigen vermogen 152
9.2.5 Interestdekkingsgetal 153
9.2.6 Werkkapitaal 153
9.2.7 Solvabiliteit 154
9.3 Fundamentele analyse 155
9.3.1 Koers-winstverhouding of P/E-ratio (price earnings ratio) 155
9.3.2 Koers-cashflowverhouding 156
9.3.3 Dividendrendement 156
9.3.4 Pay-out ratio 156
9.3.5 Bedrijfstakanalyse 156
9.3.6 Ondernemingsanalyse 157
9.3.7 Top-down en bottom-up 158
9.3.8 Keuze voor de verschillende beleggingscategorieŽn 158
9.4 Technische analyse 159
10 BELEGGEN EN DE FISCUS 161
10.1 Maatschappelijke beleggingen 161
10.1.1 Groen beleggen 161
10.1.2 Sociaal-ethisch beleggen 162
10.2 Culturele beleggingen 162
10.3 Beleggen in BV of privť 163
10.3.1 Beleggen in de BV 164
10.3.2 Uitkeren en beleggen in privť 165
10.3.3 Lenen van de BV en beleggen in privť 165
10.3.4 Samenvatting 166
10.4 Vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) 167
10.4.1 Wat is de VBI? 167
10.4.2 VBI en de fiscus 168
10.5 Beleggen in een scheepvaart-CV 168
11 FINANCIňLE REKENKUNDE 172
11.1 Toelichting gebruik rekenmachine en gebruik symbolen 172
11.2 Berekening eindwaarde (future value FV) bij eenmalige storting 173
11.3 Berekening eindwaarde bij periodieke storting; eerste storting aan het
einde van de eerste periode 174
11.4 Berekening eindwaarde bij periodieke storting; eerste storting aan het
begin van de eerste periode 174
11.5 Berekening contante waarde bij bekende eindwaarde 175
11.6 Berekening annuÔteit 175
11.7 Berekening effectief rendement en internal rate of return (IRR) 176
11.8 Berekening effectieve rente op jaarbasis 177
12 BIJLAGEN 179
12.1 Bijlage I: Begrippenlijst, alfabetisch 179
12.2 Bijlage II: Samenstelling van de AEX-index 186
12.3 Bijlage III: HP 10 B II 188
13 INDEX 189
INHOUDSOPGAVE FINANCIEREN
INLEIDING 1
LIJST VAN AFKORTINGEN 2
1 ALGEMEEN 3
2 KREDIETVORMEN 5
2.1 Algemeen 5
2.1.1 Consumptief krediet 5
2.1.2 Effectenkrediet 5
2.1.3 Hypothecair krediet 6
2.1.4 Overig krediet 6
2.2 Consumptief krediet 7
2.2.1 Hoogte van kredieten 7
2.2.2 Inkomenseis 8
2.2.3 Effectieve rente 8
2.2.4 Bescherming persoonlijke risicoís 9
2.2.5 Productvormen 9
2.3 Effectenkrediet 12
2.3.1 Inleiding 12
2.3.2 Rentebetaling 13
2.3.3 Productvormen 13
2.4 Hypothecair krediet 14
2.4.1 Inleiding 14
2.4.2 Koopwoning of huurwoning 15
2.4.3 Bestaande woning 15
2.4.4 Nieuwbouwwoning 16
2.4.5 Appartementsrecht of lidmaatschapsrecht 17
2.4.6 Hoogte van de hypotheek 18
2.4.7 Rente 20
2.4.8 Renteconstructies 23
2.4.9 Vaste hypotheek, bankhypotheek en krediethypotheek 26
2.5 Overig krediet 27
2.5.1 Algemeen 27
2.5.2 Faciliteit in rekening-courant 29
2.5.3 Middellange lening 29
2.5.4 Andere kredietvormen 30
3 OVERHEIDSREGELINGEN BIJ KREDIETEN 32
3.1 Algemeen 32
3.2 Wet op het consumentenkrediet 32
3.3 Wet bevordering eigenwoningbezit (Koopsubsidie) 33
3.4 Nationale Hypotheek Garantie 34
3.4.1 Voorwaarden NHG 34
3.4.2 NHG ook mogelijk bij onderhoud of verbouwing eigen woning 36
3.5 Gedragscode Hypothecaire Financieringen 36
3.6 Stichting Erkenningsregeling Hypotheekadviseurs 37
4 HYPOTHEEK 39
4.1 Algemeen 39
4.1.1 AnnuÔteitenhypotheek 39
4.1.2 Lineaire hypotheek 41
4.1.3 Aflossingsvrije hypotheek 42
4.1.4 Hypotheek met levensverzekering 44
4.1.5 Hypotheek op basis van effecten 50
4.2 Overige hypotheekvormen 52
4.2.1 Combinatievormen 52
4.2.2 Groene hypotheek 53
4.2.3 Overbruggingskrediet 53
4.2.4 Tweede hypotheek 54
4.3 Hypotheekproces 55
4.3.1 Voorlopig koopcontract 55
4.3.2 Hypotheekofferte 55
4.3.3 Bankgarantie 56
4.3.4 Extra/algeheel aflossen 56
4.3.5 Extra premiestorten 56
5 AANSPRAKELIJKHEID EN RISICOíS 58
5.1 Algemeen 58
5.2 Toestemmingsvereiste 59
5.3 Aansprakelijkheid bij gehuwde kredietnemers 60
5.3.1 Gemeenschap van goederen 60
5.3.2 Ontbinding van de gemeenschap 61
5.3.3 Huwelijksvoorwaarden 62
5.4 Risicoís bij inkomen uit werk en woning 62
5.4.1 Algemeen 62
5.4.2 Te verzekeren risicoís 63
5.4.3 Beroepsrisicoís ondernemers of vrijeberoepsbeoefenaren 65
5.4.4 Risicoís directeur-grootaandeelhouder 66
5.5 Risicoís bij inkomen uit sparen en beleggen 67
5.5.1 Algemeen 67
5.5.2 Rente 68
5.5.3 Dividend 68
5.5.4 Huurpenningen 69
6 ZEKERHEDEN EN JURIDISCHE ASPECTEN 70
6.1 Algemeen 70
6.2 Burgerlijk Wetboek 70
6.2.1 Termen 70
6.2.2 Registergoederen 71
6.2.3 Beperkte rechten 71
6.3 Inleiding zekerheidsrechten, pand en hypotheek 72
6.3.1 Recht van parate executie 73
6.3.2 Separatistpositie 73
6.3.3 Voorrang 74
6.4 Pand 74
6.4.1 Meerdere pandrechten 75
6.4.2 Vorderen van afgifte 76
6.4.3 Executie door pandhouder 76
6.5 Hypotheek 77
6.5.1 Hypotheekakte 78
6.5.2 Bedingen in de hypotheekakte 80
6.5.3 Inschrijving van een recht van hypotheek 81
6.5.4 Meerdere hypotheekrechten 81
6.5.5 Executie door hypotheekhouder 82
6.5.6 Tenietgaan recht van hypotheek 83
6.6 Rol van de notaris 83
6.7 Wet koop van onroerende zaken 85
6.8 Persoonlijke zekerheidsrechten 85
6.8.1 Inleiding 85
6.8.2 Borgtocht 86
6.8.3 Garantie 87
6.8.4 Hoofdelijke medeschuldverbintenis 87
6.9 Erfdienstbaarheden 88
6.9.1 Inleiding 88
6.9.2 Ontstaan van een erfdienstbaarheid 89
6.9.3 Einde van een erfdienstbaarheid 90
6.10 Erfpacht 91
6.10.1 Inleiding 91
6.10.2 Rechten van de erfpachter 91
6.10.3 Verplichtingen van de erfpachter 92
6.10.4 Voordelen voor de eigenaar van de grond 92
6.10.5 Ontstaan van een erfpachtrecht 92
6.10.6 Einde van het erfpacht 93
6.11 Opstal 93
6.12 Vruchtgebruik 95
6.12.1 Ontstaan recht van vruchtgebruik 95
6.12.2 Rechten van de vruchtgebruiker 96
6.12.3 Verplichtingen van de vruchtgebruiker 97
6.12.4 Einde van het vruchtgebruik 97
6.12.5 Zaaksvervanging 97
6.13 Recht van gebruik en bewoning 98
6.14 Kwalitatieve verplichtingen 98
6.15 Oneigenlijke zekerheidsrechten 99
6.15.1 Positieve/negatieve hypotheekverklaring 99
6.15.2 NotariŽle volmacht tot hypotheekverlening 100
6.16 Economische eigendom 100
6.17 Leasen 101
7 DEKKINGSWAARDE VAN ZEKERHEDEN 102
7.1 Inleiding 102
7.2 Buitenlandse zekerheden 102
8 FISCALE ASPECTEN VAN FINANCIEREN 105
8.1 Algemeen 105
8.2 Begrip Ďeigen woningí 106
8.2.1 Recht van vruchtgebruik 108
8.2.2 Uitzending of overplaatsing van werknemers 109
8.2.3 Financieringsaspecten bij tijdelijk meerdere (eigen) woningen 110
8.2.4 Erfpacht of (onder)erfpacht van de woning en de grond 112
8.3 Eigenwoningforfait 112
8.3.1 Beperking eigenwoningforfait bij geen/geringe eigenwoningschuld
(Wet Hillen) 113
8.3.2 Mag de eigenwoningschuld verhuizen naar box 3? 113
8.4 Tijdelijke verhuur 114
8.5 Kamerverhuurvrijstelling 114
8.6 Vermogensopbouw in box 1 114
8.7 Voordeel uit KEW/SEW/BEW 117
8.7.1 Fictieve uitkering 117
8.8 Verhuizen 119
8.8.1 Algemeen verhuizen 119
8.8.2 KEW/SEW/BEW-uitkering bij leven (box 1) en KEW-uitkering bij overlijden
(box 3) 123
8.8.3 Omzetting bestaande kapitaalverzekering in KEW; verstreken premieperiode 124
8.9 Vrijstelling van een KEW/SEW/BEW 124
8.9.1 Verhoging van de vrijstelling voor pre-Brede- Herwaarderingspolissen 125
8.9.2 Hogere uitkering dan de hypotheekschuld 126
8.9.3 Aflossing met een spaarhypotheek in box 3 126
8.9.4 Vrijstelling bij uitkering zonder rentebestanddeel 127
8.9.5 Kapitaalvrijstelling bij overlijden 128
8.10 Renteaftrek en aftrek van overige kosten 130
8.10.1 Bijleenregeling 133
8.10.2 Aftrek van overige kosten 137
8.10.3 Financieren van (aankoop)kosten 138
8.10.4 30-jaartermijn 139
8.10.5 Lening tussen partners 144
8.10.6 Beperking renteaftrek bij uitkering uit KEW, BEW, SEW 144
8.10.7 Hypotheekrenteaftrek en vrijstelling KEW, SEW en BEW 145
8.10.8 Bijschrijven van rente 146
8.10.9 Overige financieringsregelingen 146
8.10.10 Overbedelingsschulden en eigen woning 148
8.11 (Bestaande) kapitaalverzekering omvormen tot KEW? 148
8.11.1 Verstreken premieperiode 148
8.11.2 Imputatieregeling 149
8.11.3 Versoepelingsregeling 149
8.12 Toerekening van belastbare inkomsten uit eigen woning 149
8.12.1 Toerekening van belastbare inkomsten uit eigen woning bij (fiscale) partners 149
8.12.2 Toerekening belastbare inkomsten uit eigen woning aan minderjarige kinderen 150
8.13 Monumentenpanden 150
8.14 In Nederland werken en in het buitenland wonen 151
9 ONDERNEMING EN FINANCIEREN 152
9.1 Algemeen 152
9.2 (Rente)kosten van reguliere voordelen 152
9.3 Lenen van de BV 153
9.4 Zekerheidsstelling door de BV 154
9.5 Lenen aan de BV 155
9.6 Kredietaanvraag van een BV bij een bank 155
9.7 Kapitaalverzekering bij de BV onder Wet IB 1964 157
9.7.1 Lopende kapitaalverzekering bij de BV onder Wet IB 2001 157
9.8 Hoofdelijke aansprakelijkheid bij een IB-ondernemer 157
9.9 Kapitaalverzekering in de IB-onderneming 157
10 TARIFERING 159
10.1 Kosten van krediet 159
10.1.1 Fundingkosten 159
10.1.2 Solvabiliteitskosten 160
10.1.3 Risicokosten 160
10.1.4 Beheer- en administratiekosten 161
10.2 Rentemarge 161
10.3 Afsluitprovisie 161
10.3.1 Tariefconcessies 162
10.4 Rente en de Wet op het consumentenkrediet (Wck) 162
11 COMMERCIňLE ASPECTEN 163
11.1 Waardeontwikkeling van het object 163
11.2 Flexibiliteit 163
11.3 Rentekeuze 164
11.4 Zekerheden 164
11.5 Cross-selling 165
12 KREDIETPROCES 166
12.1 Kredietvoorstel 166
12.2 Bureau Krediet Registratie (BKR) 168
12.3 Fiattering 169
12.4 Offerte 169
12.5 Kredietbeheer en kredietrevisie 170
13 VERHOOGD RISICO EN BEGELEIDING 172
13.1 Verhoogd risico 172
13.2 Kredietbegeleiding 172
13.3 Afwikkeling 173
14 BIJLAGE CONSUMPTIEF BESTEEDBAAR INKOMEN 175
15 INDEX 185
INHOUDSOPGAVE DGA-IB ONDERNEMER
INLEIDING 1
LIJST VAN AFKORTINGEN 3
1 WINST UIT ONDERNEMING 4
1.1 Algemeen 4
1.2 Onderneming 4
1.3 Ondernemer 5
1.3.1 Algemeen 5
1.3.2 Juridische aansprakelijkheid 6
1.3.3 Nieuw personenvennootschapsrecht 9
1.4 Winst uit onderneming 9
1.4.1 Algemeen 9
1.4.2 Vermogensetikettering 10
1.4.3 Kosten versus onttrekkingen 15
1.4.4 Niet- en beperkt aftrekbare kosten 17
1.4.5 Afschrijving goodwill en overige bedrijfsmiddelen 17
1.4.6 Afschrijving gebouwen 18
1.4.7 Voorzieningen 20
1.4.8 Fiscale reserves 23
1.5 Stakingswinst 28
1.6 Winst uit onderneming bij samenwerkingsverbanden 29
1.7 Ondernemersfaciliteiten 29
1.7.1 Urencriterium 31
1.7.2 Willekeurige afschrijving 34
1.7.3 Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 36
1.7.4 Oudedagsreserve (OR) 38
1.7.5 Zelfstandigenaftrek 40
1.7.6 Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk 42
1.7.7 Meewerkaftrek 43
1.7.8 Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid 44
1.7.9 Stakingsaftrek 44
1.7.10 MKB-winstvrijstelling 45
1.8 Verliesverrekening 46
1.9 Tarieven 47
1.10 Sociale zekerheid 48
2 QUASI-ONDERNEMER 49
2.1 Algemeen 49
2.2 Medegerechtigde 50
2.3 Deelnemende of winstafhankelijke schuldvordering 50
2.4 Koppeling ondernemersfaciliteiten en urencriterium 52
3 RESULTAAT UIT OVERIGE WERKZAAMHEDEN 53
3.1 Algemeen 53
3.2 Terbeschikkingstelling aan de IB-onderneming van een verbonden persoon 56
3.3 Terbeschikkingstelling aan een vennootschap waarin een aanmerkelijk belang
wordt gehouden 57
3.4 Bepaling van het resultaat 60
3.5 Voorbeelden 62
3.5.1 Groep van verbonden personen 63
3.5.2 Vermogensbestanddelen 66
3.5.3 Bepaling van het resultaat 67
3.6 Samenwerkingsverband 68
3.7 Overgang werkzaamheid in onderneming 70
3.8 Uitstel van betaling 70
3.9 Werkruimte in de eigen woning 71
3.10 Huwelijksgoederenregime (de IB-ondernemer) 72
4 BEDRIJFSOPVOLGING BIJ DE IB-ONDERNEMER 75
4.1 Algemeen 75
4.2 Stakingswinst 75
4.3 Omzetting oudedagsreserve (OR) in lijfrente 76

 

 

 

Inschrijven

Indien u interesse heeft om aan deze opleiding deel te nemen kunt u zich opgeven op de website door op onderstaande link te klikken. U krijgt dan een overzicht met informatie over deze opleiding. Uiteraard vindt u hier ook de beschikbare data en locaties waar de opleiding wordt gegeven.

Selecteer datum en schrijf in

Incompany:

Uiteraard kunnen wij deze opleiding ook incompany verzorgen. Neemt u, bij interesse in de incompany opleiding, svp contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken!

 

 

 

Belangrijke informatie

Voorbereiding :

Wij verzoeken u om goed voorbereid naar de training te komen en wensen u alvast een leerzame en plezierige training toe.

Studiemateriaal:

Pe-opleidingen verstrekt indien nodig studiemateriaal. Wij vragen u om dit voor aanvang van de training dit materiaal door te nemen. Ook stellen wij oefenvragen beschikbaar voor sommige opleidingen. Wanneer u zich inschrijft ontvangt u van ons een e-mail met daarin meer informatie over deze oefenvragen (indien van toepassing).

Aanwezigheid:

Wij stellen het op prijs wanneer u 15 minuten voor aanvang van de training aanwezig bent!

Permanente educatie:

In het geval van permanente educatie geldt het volgende :
Volgt u niet het gehele traject, maar slechts deelmodules ? Dan geldt uiteraard dat u alleen de modules van uw voorkeur hoeft te volgen. Wel verzoeken wij u goed te letten op de datum van de training en de aanvangstijden. Hoewel het kan voorkomen dat de training, de lunch of het diner uitloopt van de groep waar u bij aansluit, verzoeken wij u toch steeds een kwartier voor aanvang van de door u te volgen deelmodule aanwezig te zijn. Voor een eventuele wachttijd vragen wij u op voorhand begrip. Een en ander heeft te maken met de controles die externe organisaties bij onze opleidingen kunnen uitvoeren en de regels waar wij mee te maken hebben. Bij meer dan 10% te laat komen, of eerder vertrekken, mogen wij immers de toetsende elementen en of pe punten niet aftekenen.

Identificatie:

Bij aanvang van een workshop, training of cursus, waaraan wordt deelgenomen is de deelnemer verplicht zich te legitimeren. Dit dient te geschieden door overhandiging aan de docent of cursusleider van een kopie van diens geldige identiteitsbewijs (paspoort, rijbewijs of ID-kaart). Het identiteitsbewijs dient op de cursusdag tenminste nog 1 maand geldig te zijn! De legitimatie wordt gevoegd bij de door de deelnemers te tekenen presentielijst. Deze presentielijst dient door de deelnemers getekend te worden in geval van een training van een dagdeel : bij aanvang van de training en bij het einde van de training.

Indien de training meerdere dagdelen beslaat dan dient bij ieder dagdeel zowel aan het begin als aan het einde van het dagdeel getekend te worden door de deelnemer.

Indien de deelnemer afwezig is buiten de door de docent aangegeven pauzes zal er een aantekening worden gemaakt op de presentielijst waar de deelnemer eveneens voor dient te tekenen.


 

 

 

Contact

Pe-opleidingen.nl

Plataanstraat 28
2023 SE HAARLEM

Tel: 023-5253672
Fax: 084-7378137
GSM: 06-48075507

info@pe-opleidingen.nl
www.pe-opleidingen.nl

Pe-opleidingen.nl is een handelsnaam van Vermeij OC BV
Kamer van Koophandel : kvk Haarlem / Amsterdam, 34182063

 

 

 

Algemene Voorwaarden

Artikel 1 : definities

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:
Cursist: degene die de cursus volgt.
Contractant: degene die zich aansprakelijk heeft gesteld voor de betaling van de cursus.
Annuleren: de opzegging van de cursus door de cursist of contractant.
Geplande startdatum cursus: de per brief / mail aan de cursist meegedeelde startdatum van de cursus.

Pe-opleidingen.nl is een handelsnaam van Vermey oc bv. Waar onderstaand Pe-opleidingen.nl staat kan gelijktijdig worden gelezen : Vermey oc bv, Seh-opleidingen.nl, Pe-opleiding.nl, wft-opleidingen.nl, makelaardij-opleidingen.nl alsmede alle andere handelsnamen en/of internet-domeinnamen van Vermey oc bv.

Artikel 2 : Inschrijven en indelen

Bij ontvangst van het inschrijfformulier is de inschrijving door Pe-opleidingen.nl aanvaard, tenzij aan de cursist het tegendeel schriftelijk of per mail is meegedeeld.

Artikel 3 : cursusplaatsen en lestijden

Pe-opleidingen.nl behoudt zich het recht voor plaats en tijden van de cursussen te wijzigen. Een start kan vervallen of worden opgeschort indien zich te weinig cursisten aanmelden. Cursisten ontvangen hierover schriftelijk / per mail bericht en daarmee zijn hun verplichtingen vervallen.

Artikel 4 : Legitimatie

De cursist is verplicht op verzoek van de docent of een medewerker van Pe-opleidingen.nl het schriftelijke bewijs van inschrijving / betaling te kunnen tonen tijdens de lessen.

Artikel 5 : inhoud programma

Pe-opleidingen.nl behoudt zich het recht voor tussentijds het programma te wijzigen om kwaliteitsredenen en/of in geval van veranderde exameneisen van derden.

Artikel 6 : inhaallessen

De cursist mag een gemiste les inhalen in een andere cursusgroep, mits daar voldoende ruimte is. Pe-opleidingen.nl is niet aansprakelijk of tot enigerlei vergoeding verplicht indien de cursist geen inhaalles kan volgen door welke reden (binnen of buiten de invloedsfeer van pe-opleidingen.nl gelegen) dan ook.

Artikel 7 : Betaling

Het cursusgeld is bij vooruitbetaling verschuldigd en opeisbaar. Betaling dient te geschieden uiterlijk twee weken na factuurdatum. De factuurdatum staat vermeld op de factuur. Bij niet tijdige betaling wordt het factuurbedrag verhoogd met de wettelijke rente en kan de toegang tot de cursus(sen) worden ontzegd. Hiermee vervalt niet de betalingsverplichting t.o.v. pe-opleidingen.nl

Artikel 8 : Wanbetaling

Bij niet tijdige betaling komen alle incassokosten, ontstaan door de wanbetaling, vermeerderd met de wettelijke rente voor rekening van de contractant. Indien de contractant een andere (rechts) persoon is dan de cursist geldt het volgende : De cursist volgt de opleiding en is en blijft hoofdelijk aansprakelijk voor betaling van de cursusgelden. Indien de contractant niet betaalt binnen 3 maanden nadat de factuur aan hem is verzonden door pe-opleidingen.nl of een met haar samenwerkende organisatie, dan wordt de factuur op naam gesteld van de cursist welke geheel verantwoordelijk is en blijft voor betaling ervan !

Artikel 9 : beeindiging overeenkomst

De overeenkomst met de contractant kan in geval van wanbetaling, zonder dat ingebrekestelling is vereist, eenzijdig door Pe-opleidingen.nl worden be√ęindigd, waarna de cursist geroyeerd wordt en hem/haar de toegang tot de lessen wordt ontzegd. De vorderingen blijven daarbij onverminderd van kracht. Zie hiertoe het bepaalde bij artikel 8.

Artikel 10 : Annuleren

Annuleren is uitsluitend schriftelijk per aangetekende brief mogelijk. De datum van de poststempel van de aangetekende brief geldt als aanzegtermijn van de annulering. De geplande startdatum van de cursus geldt als uitgangspunt bij de afhandeling van de annulering en kan afwijken van de werkelijke startdatum.

Artikel 11 : opzegvergoeding > 30 dagen

Indien de cursus uiterlijk 30 dagen voor de startdatum wordt opgezegd is een opzegvergoeding verschuldigd van € 99,-.

Artikel 12 : opzegvergoeding < 30 dagen

Een opzegvergoeding van € 150,- is verschuldigd indien binnen 30 dagen voor de geplande startdatum wordt opgezegd.

Artikel 13 : annulering bij start opleiding of erna

Indien de cursus op of na de geplande startdatum wordt geannuleerd is het volledige bedrag verschuldigd.

Artikel 14 : ziekte

Indien de cursist als gevolg van ziekte de lessen niet kan bezoeken kan de opzegvergoeding worden herzien. In dat geval dient er binnen een maand na de annulering een doktersverklaring te worden overlegd. Indien de behandelend arts een dergelijke verklaring niet wil of kan verstrekken, gezien tussen de cursist en de arts bestaande vertrouwensrelatie, dient de cursist zich onmiddellijk te wenden tot een onafhankelijke (andere) arts.

Artikel 15 : opschorten of onderbreken

Tussentijds onderbreken of opschorten van de cursus is niet mogelijk tenzij dringende (medische) redenen hieraan ten grondslag liggen. Verzoeken daartoe dienen voor aanvang van het opschorten van de cursus schriftelijk ter beoordeling aan de directie van Pe-opleidingen.nl te worden voorgelegd.

Artikel 16 : Auteurs en eigendomsrecht

Van het door Pe-opleidingen.nl of de met haar samenwerkende partners verstrekte lesmateriaal blijven alle rechten voorbehouden. Niets uit de uitgave(n) mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar gemaakt in enigerlei vorm of op enigerlei wijze hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieŽn, opnamen of op een andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Pe-opleidingen.nl. Het is niet toegestaan het lesmateriaal aan derden ter beschikking te stellen.

Artikel 17 : Klachten

Bij klachten over de cursus dient men zich te wenden tot de directie van Pe-opleidingen.nl. Zie hiervoor onze klachtenprocedure.

Artikel 18 : Toepasselijkheid

Door indiening van het inschrijfformulier verklaren de cursist en de contractant de inschrijvings- en betalingsvoorwaarden van Pe-opleidingen.nl te kennen en te accepteren. Deze voorwaarden beheersen de rechtsverhouding tussen Pe-opleidingen.nl, de cursist en de contractant, tenzij uitdrukkelijk anders per mail of schriftelijk is overeengekomen.

Aldus gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Amsterdam.

Pe-opleidingen.nl is een handelsnaam van Vermey o.c. b.v. Kamer van Koophandel : kvk Haarlem / Amsterdam, 34182063