Plataanstraat 28
2023 SE Haarlem
06 - 480 75 507
info@pe-opleidingen.nl

PE WFT BASIS OEFENTOETS

PE WFT BASIS

 

/ Permanente educatie

 

Wet financieel Toezicht oefentoets

 

Academie voor toegepaste rechtswetenschappen in samenwerking met Pe-opleidingen.nl

 

  • Vraag 1

Er komt een klant bij u die wil graag een hypothecaire financiering. Hij is niet bereid om een overlijdensrisicoverzekering te sluiten, maar wil wel de zekerheid dat hij aan het eind van de looptijd voldoende kapitaal heeft vergaard om zijn lening te hebben ingelost. Welke hypotheek aflosvorm is voor hem het meest geschikt ?

  •  
    • A.sew
    • B.bew
    • C.kew
  • Vraag 2

Kan er op enig moment meer dan 210 % zijn gespaard in de levensloopregeling ?

  •  
    • A.ja, door rente of rendement bijschrijving
    • B.nee, 210 % is het maximum
    • C.ja door rente of rendement bijschrijving en door storting
    •  
  • Vraag 3

Wat is juist ?

  •  
    • A.levensloop staat open voor de dga en spaarloon niet
    • B.spaarloon en levensloop kunnen naast elkaar bestaan
    • C.Bij levensloop mag een premie van de werkgever worden ontvangen
    • D.Spaarloon is een wettelijk recht net zoals levensloop
  • Vraag 4

Tot welk bedrag geldt de nederlandse depositogarantieregeling ?

  •  
    • A.100.000 per rekening
    • B.100.000 per rekeninghouder en per bank
    • C.38.000 euro per rekening
    • D.over de eerste 20.000 100 % en over het restant 90 % per persoon
  • Vraag 5

Wat is geen taak van equens ?

  •  
    • A.het overboeken van de betalingen van de ene naar de andere bij haar aangesloten bank
    • B.het clearen van de betalingen
  • Vraag 6

In 2007 is de vijfde wam richtlijn van kracht geworden. Deze vloeit voort uit europese regelgeving. Hoe hoog is de minimale verzekerde som voor personenschade ?

  •  
    • A.1.000.000
    • B.5.000.000
    • C.ongelimiteerd
  • Vraag 7

Hoe hoog is de assurantiebelasting ?

  •  
    • A.6.5
    • B.7
    • C.7.5
  • Vraag 8

Niet over alle verzekeringen wordt assurantiebelasting geheven. Welke verzekeringsvorm is NIET vrijgesteld ?

  •  
    • A.goederen transport verzekeringen
    • B.herverzekeringen
    • C.medische varia
    • D.wia hiaat
    • E.recreatie woning verzekering
  • Vraag 9

Is het mogelijk om een gewone spaarrekening om te zetten in een sew ?

  •  
    • A.ja
    • B.nee
  • Vraag 10

Bij wie mag een sew worden aangehouden ?

  •  
    • A.uitsluitend bij een eki
    • B.bij een eki en een neki
    • C.bij een bank en /of verzekeraar
    • D.bij een vermogensbeheerder
  • Vraag 11

Hoe lang dient er tenminste gespaard te worden bij een sew ?

  •  
    • A.15 jaar
    • B.20 jaar
    • C.12 jaar
    • D.30 jaar
  • Vraag 12

Wat is geen kenmerkend verschil tussen kew en bew ?

  •  
    • A.bij de kew kan, ook bij gehuwden, de polis op 1 naam staan. Bij de sew is deze automatisch van beide huwelijkspartners voor 50 %
    • B.Bij de bew is er niet automatisch een overlijdensrisicodekking, bij de kew wel
    • C.Bij een Bew dient er tijdens de looptijd een eigen woning schuld te zijn en bij de kew bij aanvang en op einddatum
  • Vraag 13

Welke stelling is juist / welke stellingen zijn juist ?
I Een uitkering uit een kew imputeert de vrijstelling in box 3 voor pre brede herwaarderingspolissen
II Een uitkering uit een sew imputeert de box 3 vrijstelling voor polissen gesloten tussen 1-1-1992 en 14-9-99

  •  
    • A.beide stellingen zijn juist
    • B.alleen stelling 1 is juist
    • C.alleen stelling 2 is juist
    • D.beide stellingen zijn onjuist